Jesse Bos

Is de mens van nature goed of slecht?

Is de mens van nature goed of slecht?

Dat is een eeuwenoude vraag die Rutger Bregman onlangs in de Correspondent weer op de agenda zette. Hij greep daarbij terug op de filosofische tegenstelling tussen Hobbes (1588-1679) en Rousseau (1712 – 1778). Hobbes had de vooronderstelling dat het leven van de natuurmens ‘nasty, brutish and short’ (‘smerig, bruut en kort’) was. En de reden is simpel: mensen zijn egoïstisch. Uiteindelijk worden we gedreven door angst. Angst voor elkaar en angst voor de dood. We snakken naar veiligheid en hebben ‘een aanhoudende en rusteloze begeerte naar macht en nog meer macht, die pas eindigt bij de dood’, aldus Bregman.

Rousseau daarentegen dacht: “Het is allemaal misgegaan met het ontstaan van die vervloekte beschaving. De landbouw, de eerste steden en de eerste staten hadden ons niet gered van chaos en anarchie, maar geknecht en verdoemd. En de uitvinding van het schrift en de drukpers hadden alles nóg erger gemaakt.”

Bregman ziet dat als in essentie de tegenstelling tussen rechts en links. Alsof rechts de verdediger van ‘de beschaving’ zou zijn, in ruil voor het opgeven van vrijheid, en links als vertegenwoordiger van ‘terug naar de natuur’ gezien zou kunnen worden, en daarmee ook meer vrijheid zou prediken.

Interessant vind ik zijn poging recente wetenschappelijke inzichten over de geschiedenis van de mens er bij te halen om bovenstaande vraag te beslechten. Hij vraagt zich af: “hoe zag de wereld eruit toen we nog leefden als jagers en verzamelaars? Hoe gedroegen we ons toen er nog geen wetboeken waren en geen rechters, geen politieagenten en gevangenissen?”

Dat blijkt nog niet zo eenvoudig. Zowel antropologen als archeologen kwamen met argumenten om te bewijzen dat natuurmensen al dan niet gewelddadiger of juist menslievender waren. Bregman concludeert dat er veel gegevens in de richting wijzen van de slechtheid van de mens, maar put hoop uit een aantal gegevens die een andere kant uit wijzen. Kennis over zogenaamde ‘natuurvolkeren’ is eigenlijk beperkt. Gedurende 95 procent van onze geschiedenis waren we nomaden, die rondtrokken in kleine, relatief egalitaire groepen de wereld over. Mensen stonden, denken we, toen nog zeer dicht bij de natuur. Maakte dat mensen goed of slecht?

Hobbes wist het wel; de natuur is slecht, bruut en gewelddadig. Slechts de beschaving kan ons redden. Rousseau dacht er het zijne van: de organisatie van mensen in staten is geen beschaving, maar markeerde veeleer de zondeval. Alle natuurlijke goedheid werd er door verstikt.

Mensen kunnen hun morele oordelen over goed en kwaad in een eeuwenoude discussie etaleren, maar is het wel mogelijk de natuur te vangen in categorieën van goed en kwaad? Soms moet ik aan dit dilemma denken wanneer de partij voor de dieren probeert onze menselijke moraal op te leggen aan het domein van de dieren. Dieren mogen geen pijn voelen, dus moet je ze verdoven voordat je ze doodt. Maakt dat mensen goed? Is dat moreel ‘beter’ dan de religieuze rituelen die vaak het doden van dieren omringden, juist uit respect voor de natuur?

Het is goed om te realiseren dat we/wij onderdeel zijn de natuur, een product van de hele evolutie van het leven, en dat die evolutie een onderdeel van ons wezen is. Maar tegelijkertijd is er het verschil dat wij mensen niet geheel bepaald zijn door die evolutie, dat er vrijheden zijn in ons denken, die onze kracht en onze zwakte vormen. Vrijheden die ‘cultuur‘ mogelijk maakte.

De ontwikkeling van de mens is in belangrijke mate bepaald door de snelle ontwikkeling van onze culturele bagage, sneller dan de genetische evolutie van dieren zich ooit kon ontwikkelen. Wat essentieel is: we hebben het vermogen om te leren van onze keuzes en onze kennis naar volgende generaties over te dragen, en daarmee ons gedrag te veranderen. Leren wie we zijn, wat we als mensen gedaan hebben en dat overdragen aan de volgende generatie is een van de allerbelangrijkste zaken die ons tot mens maken en onderscheiden van dieren.

Die vrijheid om af te wijken van onze biologische bepaaldheid, betekent dat de mens van begin af aan zijn plek moest veroveren in de natuur en zich daartoe moest verhouden. En dat is nog steeds zo. De natuur is amoreel, niet goed of slecht. Soms ervaren we de natuur als wreed, soms als liefdevol.

Uiteindelijk is voor mij de belangrijkste les van de geschiedenis van het leven op aarde en van de mensheid in het bijzonder niet dat de natuur goed of slecht is, of dat wij mensen van nature goed of slecht zijn. Wel dat wij kunnen leren van het verleden, en we kunnen veranderen!

Dat stemt tot nadenken.

Jesse Bos2018

Advertenties

Categorieën:Jesse Bos